donderdag 7 augustus 2014

FELICIEN ROPS

Félicien Joseph Victor Rops (Namen, 7 juli 1833 - Essonnes, 23 augustus 1898) was een Belgisch graficus, schilder en karikaturist. Zijn werk is veelal satanistisch en licht pornografisch getint. De vrouwenfiguren, die de verleiding en het Kwaad personifiëren, zijn doorgaans gemodelleerd naar de Vlaamse meisjes waar Rops zo verzot op was.
Rops leefde in een tijd waarin de kerkelijke overtuigingen en dogma's door het opkomende rationalisme flink 'onder vuur lagen'. Op jonge leeftijd bezocht Rops een jezuïetenschool. Hij maakte al vroeg satirische prenten waarin hij de hypocrisie van de kerk aan de kaak stelde. Dit soort prenten publiceerde hij bijvoorbeeld in het blad Uylenspiegel, dat hij met geërfd geld in eigen beheer uitgaf toen hij in Brussel studeerde.
Zijn verdere leven bracht hij voornamelijk in Wallonië (onder meer in de Colonie d'Anseremme) en Frankrijk door.
Op latere leeftijd onderhield Rops nauwe contacten met symbolistische dichters. Hij illustreerde meerdere uitgaven, bijvoorbeeld: Les épaves, een selectie uit Baudelaires Les Fleurs du mal.
Rops koesterde zijn onbekendheid en wilde niet beroemd zijn bij de massa van zogenaamd nette en eerlijke mensen, waar hij op neerkeek en van walgde.

Mijn ziel zit opgesloten in mijn lichaam zoals een uitgehongerde tijger in een stalen kooi en mijn vreselijke hartstochten brullen net als hij. Iedereen lijkt me zo klein en armzalig, zonder enige klasse, handelsreizigers in hun armzalige erotiek.
Félicien Rops

James Ensor noemt hem ‘un cornichon’, maar voor Charles Baudelaire is hij ‘le seul véritable artiste que j’ai trouvé en Belgique’. Wanneer Félicien Rops op zijn dertigste een meester van de graveerkunst is, trekt hij naar Parijs. Daar ontmoet hij Auguste Poulet-Malassis, een van de belangrijkste uitgevers van het moment. Voor hem is Rops meer getalenteerd dan eender wie van zijn generatie, en de bestellingen voor boekillustraties volgen: Mallarmé, Verlaine en vooral Baudelaire, met wie Rops een hechte band heeft. Want ook de dichter is geobsedeerd door het beeld van ‘een man die het lichaam van zijn minnares alle bedwelmingen schenkt die zijn mond maar kan bedenken of twee vrouwen die elkaar bedelven onder kussen…’ En Félicien Rops voegt de daad bij het woord. In 1869 ontmoet hij de twee jonge modeontwerpsters Léontine en Aurélie Duluc. Hij is hopeloos verliefd op beide meisjes, kan niet kiezen en leeft met de twee zusjes in een gedroomde ‘ménage à trois’: Léontine schenkt hem een dochter, en Aurélie een zoon, die slechts enkele dagen zal leven. Rops is een gelukkig man en een gevierd kunstenaar. ’s Avonds flaneert hij langs de ‘Boulevard des Italiens’ met zijn vrienden Baudelaire, Courbet en Degas en hij geniet in Parijs met volle teugen van ‘het immer levendig en artistiek geestdriftig leven, het ware moderne leven’.
In een brief van 1879 speelt Rops met het idee om voor zijn erotische schilderij ‘Pornokrates’ luikjes te laten aanbrengen zodat het onttrokken kan worden aan de blikken van een publiek dat er niet klaar voor is. Alleen de ‘echten’ mogen het werk ‘in levenden lijve’ zien. In 1955 vraagt Jacques Lacan aan André Masson om een scherm te schilderen voor Courbets ‘L’Origine du Monde’… ‘L’histoire se répète.’





Felicien Rops

"Pornokrates" - Felicien Rops

"Pornokrates"
Felicien Rops



"The Temptation of Saint Anthony" - Felicien Rops
"The Temptation of Saint Anthony"
Felicien Rops

"Death at the Ball" - Felicien Rops
"Death at the Ball"
Felicien Rops

"In de coulissen"




"De dame met de ledenpop"


File:Félicien Rops - L'entr'acte de Minerve.jpg
L'entr'acte de Minerve


Felicien Rops, herhaling
"Herhaling"

http://www.museerops.be/




Provinciaal museum Félicien Rops

Provinciaal museum Félicien Rops
© Jean-Luc Laloux
  • Adres:

    Rue Fumal 12 
    5000 NAMUR
     



Het museum is ondergebracht in een oud herenhuis in het hartje van het oude Namen, vlakbij het geboortehuis van de kunstenaar (1833-1898). Alle belangrijke thema's, aangesneden door Rops, komen er aan bod (de vrouw, de liefde, de begeerte en de dood), vanaf het begin van zijn carrière als tekenaar van spotprenten in Brussel tot aan zijn bevestiging in Parijs. Regelmatig staan er tijdelijke tentoonstellingen over de 19de eeuw en de tekenkunst op het programma. Het museum geeft ook talrijke publicaties 
uit.


donderdag 31 juli 2014

Rudolph Valentino (Castellaneta (Italië), 6 mei 1895 – New York City (VS), 23 augustus 1926) was een Italiaans acteur. Zijn echte naam was Rodolfo Alfonso Raffaello Piero Filiberto Guglielmi. Valentino wordt gezien als een van de eerste sekssymbolen, hij werd wel "The Great Lover" (De grote minnaar) genoemd.

Valentino werd geboren in de Zuid-Italiaanse regio Apulië in het jaar dat de film werd uitgevonden, 1895. Zijn moeder Marie Berthe Gabrielle Barbin (1856–1919) was van Franse komaf; zijn vader Giovanni Antonio Giuseppe Fidele Guglielmi (?-1906) Italiaan. Hij had een broer, Alberto (1892–1981), een jongere zus Maria en een oudere zus Beatrice, die al op jonge leeftijd stierf.
De jonge Rodolfo had een levendige fantasie en was goed belezen, maar als scholier was hij onverschillig. Het feit dat zijn vader stierf toen Rodolfo pas 11 jaar was wordt door sommigen gezien als een oorzaak. Toen hij 15 was werd hij door de militaire academie geweigerd, omdat hij niet voldeed aan de fysieke eisen. Uiteindelijk studeerde hij agrarische wetenschappen in Genua. Na zijn studie vertrok hij naar Parijs, waar hij leerde dansen.
In 1913 vertrok Valentino naar de Verenigde Staten, op advies van zijn vriend Domenico Savino. Hij kwam in New York aan opkerstdag van dat jaar. Toen zijn spaargeld op was hield hij zich in leven met baantjes als bordenwasser en tuinman. Uiteindelijk vond hij werk als professioneel danser en dansinstructeur. Hij was enige tijd aangesloten bij een operettegezelschap, dat echter tijdens een tournee in Utah uiteenviel.
Valentino vertrok naar San Francisco, waar hij acteur Norman Kerry ontmoette. Kerry haalde hem over zijn geluk in de (stomme) film te beproeven.
Rudolph Valentino had een aantal bijrolletjes gespeeld (meestal als gangster) toen hij in 1919 trouwde met Jean Acker. Acker was een actrice met Cherokeebloed, een huwelijk dat niet lang stand zou houden. Acker bleek lesbienne en sloot Valentino al in de huwelijksnacht buiten de hotelkamer. De scheiding werd in 1922 uitgesproken.
In 1921 ontmoette hij Natacha Rambova, een kostuumontwerpster en protegee - en wellicht geliefde - van actrice Alla Nazimova. Valentino en Rambova trouwden op 13 mei 1922 in Mexico, hetgeen hem op een aanklacht wegens bigamie kwam te staan. De scheiding van Acker was op dat moment weliswaar al uitgesproken, maar de Californische wet van die tijd schreef voor dat scheidende paren minimaal een jaar moesten wachten voordat zij opnieuw konden trouwen, hetgeen Valentino en Rambova dan ook deden.

Valentino werd door scenarioschrijfster June Mathis ontdekt en onder de aandacht gebracht van regisseur Rex Ingram. Dit leverde hem een hoofdrol op in de film The Four Horsemen of the Apocalypse die in 1921 werd uitgebracht en een groot succes bleek. Valentino was op slag een ster en werd gecast voor de films die hem wereldberoemd zouden maken: The Sheik en The Son of the Sheik.
In 1922 bevestigde Valentino zijn status als belangrijkste mannelijke acteur van dat moment met zijn hoofdrol in de film Blood and Sand, waarin hij met Lila Lee en Nita Naldispeelde. Een jaar later kwam echter het tot een conflict met Paramount Pictures, ten gevolge waarvan Valentino geen films mocht maken bij andere maatschappijen. Om toch zijn populariteit te beschermen en te voeden gingen Valentino en Rambova op danstournee. In deze periode toerde het gezelschap ook in Europa, waarbij hij zijn geboortestad bezocht.
Terug in de VS in 1925 kwam Valentino onder contract bij United Artists. Saillant detail van het contract was de clausule dat zijn vrouw Rambova niet op de filmsets mocht worden toegelaten, zij werd gezien als de oorzaak van vertragingen bij eerdere films. Valentino verliet Rambova niet veel later en had een relatie met de Poolse actrice Pola Negri.
In een artikel in de Chicago Tribune in 1926 werd Valentino aangevallen wegens het 'vervrouwelijken' van de Amerikaanse man. Valentino reageerde woedend en daagde de auteur van het stuk uit tot een bokswedstrijd, een uitdaging die echter niet werd aangenomen.
Later dat jaar, op 15 augustus stortte Valentino in in een hotel te New York. Hij werd met succes geopereerd aan een maagzweer en leek goed te herstellen. Eenbuikvliesontsteking echter was de oorzaak van zijn overlijden, acht dagen later, op de leeftijd van 31 jaar.

wehadfacesthen:

Rudolph Valentino










Rudolf Valentino and Natasha Rambova, 1921  [::SemAp FB || SemAp G+::]



Jean Acker


woensdag 30 juli 2014

BLAUWE HORTENSIA

Blauwe hortensia

Zoals het laatste groen in de verfpot
   Zijn de droge bladeren ruw en dof
Achter bloesemschermen,die licht wiebelen,
   Hun blauw niet dragen,maar van verre spiegelen.
Ze spiegelen het betraand en vaag
   Als wilden ze het gauw weer kwijt;
In oud blauw briefpapier,in elke laag
  Zit ook dat geel,en violet,en blauwig krijt.
Een verwassen tint als van een kinderschort
   Die versleten is,niet meer gedragen wordt:
Wat is dit kleine leven kort.
    Maar plotseling schijnt het blauw zich te vernieuwen in een der bloesemtrossen,en men ziet
    Een roerend blauw blij voor het groen uit krieuwen.

Rainer Maria Rilke
















dinsdag 29 juli 2014

KLASSIEKE SCHOONHEDEN

GRETA GARBO

solo-vintage:

GRETA GARBO



LAUREN BACALL



HEDY LAMARR

retrophilia:

Inventor and actress Hedy Lamarr was born 100 years ago today (or maybe 99 or 98 years— sources conflict on the year).


GLORIA SWANSON



MARLENE DIETRICH

retrophilia:

Today in 1901 Marlene Dietrich was born.


CAROLE LOMBARD




zondag 9 februari 2014

Adolphe Williams Bouguereau (La Rochelle, 30 november 1825 - aldaar, 19 augustus 1905) was een Frans academisch schilder. Hij is vooral bekend als William Bouguereau, de naam waarmee hij zijn werken signeerde.
Bouguereau gaat door als een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de Franse academische kunst, net zoals onder meer Thomas Coutureen Alexandre Cabanel. Hij vond heel wat inspiratie in de Griekse mythologie (allegorische onderwerpen, idyllische landelijke voorstellingen ...). Op andere doeken nemen familiale taferelen en de kindertijd een centrale plaats in. Het is echter de afbeelding van de vrouw die zijn meest geliefde thema wordt. Met zijn academische naakten behaalt hij het meest succes maar hij zal omwille van die werken het meest bekritiseerd worden.
Bouguereau studeerde aan de Académie Julian te Parijs. Zijn realistische genre-schilderingen en schilderijen over mythologische thema's werden gedurende zijn hele actieve leven tentoongesteld op de jaarlijkse tentoonstellingen van de Parijse salon. In zijn eigen tijd werd Bouguereau algemeen beschouwd als een van de grootste schilders en zijn werken werden gretig gekocht door onder meer Amerikaanse miljonairs, doorgaans tegen hoge prijzen. Met name de kunsthandelaar Paul Durand-Ruel nam vanaf 1866 de carrière van Bouguereau in handen en speelde zo een belangrijke rol in de verspreiding van Bouguereau's doeken in privé-collecties en in musea in de Verenigde Staten. In 1877 heeft Bouguereau de dood van zijn vrouw en van zijn twee kinderen te verwerken. Vanaf dat jaar krijgt zijn schilderkunst een religieuze inslag en verlaat hij voorgoed de antieke thema's van zijn begintijd.
Met de opkomst van het realisme en het impressionisme geraakte zijn werk meer en meer in diskrediet. Doordat hij perfect in de academische traditie van naturalistische genre-stukken werkte werd zijn werk door velen verguisd als 'niet van deze tijd'. Daarnaast begon men ten tijde van het impressionisme andere ideeën over het verbeelden van de realiteit te ontwikkelen en beantwoordde zijn poussinistische stijl dus niet meer aan de vluchtige, schetsmatige verbeelding die de impressionisten hanteerden. Ook na zijn dood bleef zijn schilderkunst nog lange tijd veronachtzaamd. Zijn hardnekkig verzet tegen de impressionisten, als jurylid van de officiële Parijse salon, was daar zeker niet vreemd aan. Tientallen jaren lang werd zijn naam niet eens in encyclopedieën vermeld.
De laatste 20 jaar is er weer waardering voor zijn werk gekomen. Tegenwoordig zijn er heel wat mensen die Bouguereau beschouwen als een van de grootste schilders uit de 19e eeuw. Het Art Renewal Center zet zich heel energiek in voor zijn "rehabilitatie".
Op gevorderde leeftijd trouwde Bouguereau voor de tweede maal, en wel met een leerlinge, de schilderes Elizabeth Jane Gardner Bouguereau. Hij wendde ook zijn invloed aan om een groot aantal Franse instellingen van kunstzinnige aard, waaronder de Académie Française, open te stellen voor vrouwen.
Een van zijn bekendste werken is De geboorte van Venus dat in Museé D'Orsay van Parijs hangt (uiteraard niet te verwarren met het beroemde gelijknamige schilderij van Sandro Boticelli).
Twee kleinere werken van Bouguereau zijn te vinden in het Museum Willet-Holthuysen in Amsterdam.


Zelfportret (1886)
Zelfportret


Bouguereau





File:Bouguereau-Linnocence.jpg



Elegy - William-Adolphe Bouguereau



William Adolphe Bouguereau (William Bouguereau)




Pleasant Burden - William-Adolphe Bouguereau






At the Edge of the Brook - William-Adolphe Bouguereau


















maandag 3 februari 2014

maandag 20 januari 2014

OSCAR WILDE

Oscar Fingal O'Flahertie Wills Wilde (Dublin, 16 oktober 1854 – Parijs, 30 november 1900) was een schrijver, dichter en estheet van Ierseafkomst die een groot deel van zijn leven in Engeland heeft gewoond.


Levensloop

Jong en rReis door Amerikaevolutionair[bewerken]

Oscar Wilde werd geboren als de jongste zoon van Sir William en Lady Jane Wilde. Zijn moeder, Jane Francesca Elgee (1826-1896), was in Ierland bekend als een zeer nationalistisch schrijfster onder het pseudoniem Speranza. Ook vertaalde zij boeken uit het Frans en Duits. Zijn vader (1815-1876) was een vooraanstaand oog- en oorchirurg en schreef boeken over archeologie en folklore. De familie Wilde behoorde tot de Anglo-Ierse protestantse bovenlaag van de Ierse bevolking.
Oscar Wilde studeerde klassieke talen aan het Trinity College in Dublin, van 1871 tot 1874. Hij was een briljante student, en sleepte aan het Trinity de felbegeerde Berkeley Gold Medal in de wacht. Hierna ging hij naar het Magdalen College in Oxford (1874 - 1878). Daar won hij in 1878 de Newdigate Prize voor zijn gedicht Ravenna. In 1875 ondernam hij een reis naar Italië met zijn vroegere leraar aan het Trinity College, John Pentland Mahaffy, en twee jaar later ging hij met dezelfde Mahaffy naar Griekenland, in een tijd waarin het nog geenszins gebruikelijk was dat studenten naar de bakermat van hun beschaving reisden.
Tijdens zijn studententijd in Oxford werd hij bekend door zijn rol in de esthetische en decadente beweging. Hij liet zijn haar groeien, toonde publiekelijk minachting voor de ‘mannelijke’ sporten, en versierde zijn kamer met pauwenveren, lelies, zonnebloemen, Chinees porselein en andere objets d’art. Hij was onder de indruk van de Engelse schrijvers John Ruskin en Walter Pater, die kunst het middelpunt van het leven maakten. Oscar Wilde werd al snel een voorvechter van het esthetische principe ‘Kunst om de kunst’ (l’art pour l’art: kunst zonder bijbedoeling, alles is goed zolang het de kunst maar dient). Deze stelling van Théophile Gautier werd nieuw leven ingeblazen door de Amerikaanse schilderJames McNeill Whistler, een vriend van Wilde. Kunst moest zich volgens Whistler vooral bezighouden met schoonheid in kleur en vormgeving, en niet met de exacte weergave van mensen en zaken, zoals aanbevolen door de criticus John Ruskin. Wilde omarmde het 'l'art pour l'art'-principe met overgave (met wat misschien als uitzondering gezien kan worden: The picture of Dorian Gray.).
Na zijn afstuderen in 1878 begon hij toneelstukken te schrijven. Het eerste was Vera, or the Nihilists (gepubliceerd in 1880). In 1879 ging Wilde lezingen geven over esthetische waarden inLonden. Hij placht op grote voet te leven. Na het overlijden van zijn vader voorzag Wilde deels in zijn onderhoud door de opbrengst van enkele bezittingen in Ierland.


Reis door Amerika



De figuur van Wilde en zijn estheticisme werden mild bespot in de operette Patience van William S. Gilbert en Arthur Sullivan (1881). Omdat die operette ook in Amerika een succes was, waar niemand wist wie Oscar Wilde was, organiseerde de beroemde impresario Richard D'Oyly Carte een lezingentournee van Wilde door de Verenigde Staten en Canada, die driekwart jaar duurde. Oscar Wilde vertrok op 3 januari 1882. Deze tournee was een 'media event' avant la lettre. Overal waar Wilde kwam werd hij zowel verguisd als de hemel in geprezen. Door het geweldige succes van deze tournee ontstond er een ware rage van estheticisme. Met Wildes portret, en zijn karikatuur in Patience, werd reclame gemaakt voor sigaren, gezondheidspoeder, gietijzeren stoofjes en alle mogelijke andere koopwaar. Plotseling werden zonnebloemen en lelies enorm populair. Dat de beroemde estheet door veel critici de grond werd ingeboord, maakte hem alleen maar bekender. In de geïllustreerde tijdschriften werden talloze karikaturen van hem opgenomen. De weerstand die zijn geëffemineerde uiterlijk opriep leidde ook wel tot onverkwikkelijke scènes: in Oxford kwam zijn gedrag hem op een bad in de rivier de Cherwell en een aanval op zijn studentenkamer te staan. Maar door zijn aplomb wist Wilde dergelijke situaties te beheersen en uit te buiten. De lange haren, extreme kostuums, esthetische gebaren, exquise voorwerpen en het uitgelezen taalgebruik werden het handelsmerk van Oscar Wilde en zijn aanhang.
De esthetische beweging wordt ook gezien in het werk van William Morris en Dante Gabriel Rossetti, en had een blijvende invloed op de Engelse decoratieve kunst. Als woordvoerder van deze beweging werd Oscar Wilde een van de bekendste personen van zijn tijd. Naast de bespottingen werden zijn geaffecteerde paradoxen en zijn scherpe, grappige opmerkingen vaak aangehaald.
Wilde trouwde in 1884 met Constance Lloyd en kreeg twee zonen, Cyril (1885) en Vyvyan (1886). Behalve met het geven van lezingen hield Wilde zich in de jaren tachtig bezig met het schrijven voor en het redigeren van tijdschriften. Zo werkte hij als recensent voor de Pall Mall Gazette in de jaren 1887 tot 1889 en was hij in diezelfde jaren ook redacteur van The Woman's World. Wilde schreef ook een aantal langere stukken en publiceerde die samen met kunstkritieken in zijn boek Intentions 1891.
Karikatuur van Wilde in het Amerikaanse weekblad Wasp (1882)
In 1888 verscheen zijn eerste verzameling sprookjes in The Happy Prince and Other Tales 1888, een luxueus verzorgd boek met illustraties van Walter Crane. Drie jaar later werd zijn enige roman uitgebracht, The Picture of Dorian Gray. Critici hebben wel beweerd dat er parallellen waren tussen de hoofdpersoon van het boek en zijn schrijver. Het is een beklemmend boek, waarin de hoofdpersoon ondanks zijn verdorvenheid en slechte levensstijl jong, mooi, en gezond blijft, terwijl zijn in de kast bewaarde geschilderde portret steeds verder verloedert en veroudert - tot de griezelige ontknoping.
Wilde had in 1881 al een selectie van zijn gedichten gepubliceerd, die in een kleine kring bewondering opriepen. Na The Happy Prince bracht hij een tweede bundel sprookjes uit in 1891, The House of Pomegranates, door de schrijver naar eigen zeggen niet bedoeld 'voor het Britse kind, noch voor het Britse publiek'. Ook dit boek was schitterend verzorgd en geïllustreerd door Charles Ricketts en Charles Shannon.
Wilde werd in de loop der jaren steeds individualistischer. Hij distantieerde zich steeds opener van de heersende moraal in het Victoriaanse Engeland. Als kunstenaar eiste hij volledige vrijheid. Daarin werd hij beïnvloed door het werk van de Chinese filosoof Zhuangzi. Wilde voelde zich sterk aangesproken door een filosoof die "leefde in een tijd waarin iedereen zijn deugden voor zich hield en niemand zich met andermans leven bemoeide". Oscar Wilde was enthousiast over Zhuangzi's "volmaakte mens" die "al wat buiten zijn bereik ligt aan zichzelf overlaat, door het materiële niet wordt gehinderd. Zijn mentaal evenwicht maakt hem de meester van zijn eigen wereld". Wilde vervolgt met het bewonderen van Zhuangzi idealen van "zelfontwikkeling en het zich eigen maken van culturele waarden



Alfred Douglas

In 1891 ontmoette Wilde Lord Alfred Douglas, een zoon van de Markies van Queensberry. De beide mannen werden dol op elkaar, ondanks het feit dat Wilde getrouwd was. De vader van Douglas wilde deze relatie beëindigen. In 1895 beschuldigde Queensberry Wilde van sodomie, waarop Wilde in verweer ging en een proces wegens smaad begon tegen de markies. De rechtbank stelde Queensberry echter in het gelijk. In het proces kwam er bewijs naar voren dat Wilde " grove onzedelijke handelingen"[2] had begaan met jonge mannen van lagere afkomst, en nu moest hij zelf in de beklaagdenbank treden. De vervolging heeft niet getracht om het veel zwaarder bestrafte delict "Sodomy" oftewel anaal geslachtsverkeer ten laste te leggen of te bewijzen. Hoewel Wilde de kans heeft gekregen om naar Frankrijk te vluchten koos hij ervoor om dat niet te doen. Oscar Wilde werd gearresteerd en tot twee jaar gevangenisstraf met dwangarbeid veroordeeld. Zijn vrouw scheidde van hem en nam met haar twee zoons de achternaam "Holland" aan. Gedurende zijn gevangenschap schreef Wilde een lange brief aan Douglas, die echter pas na zijn dood gepubliceerd werd onder de titel De Profundis.


Door zijn gevangenschap was zijn gezondheid achteruitgegaan en Wilde bracht de laatste jaren van zijn leven in armoede door in ballingschap in Frankrijk waar hij op 46-jarige leeftijd aanhersenvliesontsteking bezweek.
Op zijn sterfbed bekeerde Wilde zich tot het katholicisme. Robert Ross vermeldt in zijn brief van 14 december 1900 aan More Adey "He was conscious that people were in the room, and raised his hand when I asked him whether he understood. He pressed our hands. I then sent in search of a priest, and after great difficulty found Father Cuthbert Dunne ... who came with me at once and administered Baptism and Extreme Unction. - Oscar could not take the Eucharist".[3] Wilde was al sinds zijn studententijd gefascineerd door het katholicisme. Zo had hij paus Pius IX in 1877 ontmoet en beschreef hij de Katholieke Kerk "for saints and sinners alone – for respectable people, the Anglican Church will do".[4] Tijdens zijn gevangenschap had Wilde de werken vanAugustinus, Dante en kardinaal Newman verslonden.
Oscar Wilde ligt begraven op het kerkhof Père-Lachaise in Parijs. Het grafmonument is van de hand van de Britse beeldhouwer Jacob Epstein.


Werk

In 1891 verscheen Wildes enige roman, The Picture of Dorian Gray, een klassiek 'gothic' griezelsprookje met een Faustiaans thema,
 waarin het estheticisme een belangrijk motief is.
Wilde is echter het bekendst geworden en gebleven door zijn toneelstukken. Vanaf 1892 werd er vrijwel jaarlijks een nieuw toneelstuk van hem uitgebracht: Lady Windermere's Fan (1892) werd gevolgd door A Woman of No Importance (1893), An Ideal Husband (1895) en The Importance of Being Earnest (1895), zijn meesterwerk, waarin hij de aristocratie op de hak neemt.
De toneeldialogen zijn doorspekt met citeerbare oneliners die in het Engels ook tegenwoordig nog vaak worden aangehaald. (Bijvoorbeeld "There is only one thing in the world worse than being talked about, and that is not being talked about" en "I'm glad to hear you smoke. A man should always have an occupation of some kind".) Overigens bedacht Wilde deze aforismen ook juist om er de aandacht mee te trekken; soms zond hij ze als telegram naar The Times.
Een aantal van deze toneelstukken wordt nog steeds gespeeld, met name The Importance of Being Earnest (dat ook verfilmd is) en An Ideal Husband. Wilde was tien jaar lang een uiterst populair toneelschrijver die op ieder moment een of meer toneelstukken in productie had, waarbij hij in populariteit slechts werd overtroffen door George Bernard Shaw


Foto van Oscar Wilde uit 1882 door Napoleon Sarony.


Oscar Wilde


Oscar Wilde


Oscar Wilde


Oscar Wilde


Oscar Wilde


Oscar Wilde